VOC - Opvarenden

Achtergrondinformatie

Rekening in het scheepssoldijboek

Elke opvarende had een eigen rekening, elke rekening heeft een nummer. In de kop van de rekening staan het nummer, de naam van het schip, de Kamer die het schip uitreedde en het jaar van vertrek en aankomst. Op de linker bladzijde, de debetzijde, staan de uitgaven ten behoeve van de werknemer; op de rechter-, creditzijde zijn verdiende loon.

Op de debetzijde staan de persoonsgegevens, naam, plaats van herkomst en rang; ook wordt vermeld of hij een maandbrief heeft getekend (zie onder). De eerste uitgavenpost is de twee maandlonen die de opvarende kreeg bij indiensttreding. Ook de schuldbrief wordt geboekt als hij die ondertekend heeft. Verdere kosten betreffen meestal de scheepskist en overige uitrusting.

Het salaris op de uitreis werd niet uitbetaald, maar als tegoed geboekt op de creditzijde. De uitreis eindigde als de opvarende op Kaap de Goede Hoop van boord ging of als het schip aankwam op de bestemming in Azië, meestal Batavia of Ceylon. Dan werd het eerste deel van de rekening gesloten en gesaldeerd. De opvarende kreeg ook eenzelfde rekening op een los vel.


Foto 1, persoonlijke rekening van Johan Oller, Popkensburg 1779

De scheepssoldijboeken werden in tweevoud opgemaakt, één exemplaar ging naar het soldijkantoor in Batavia, één exemplaar werd teruggezonden naar de Kamer van uitreding. Elk jaar kreeg de werknemer een nieuwe rekening die aan het einde van het boekjaar, 31 augustus werd afgesloten. Deze werden genoteerd in een soldijboek van een vestiging in Azië of van een schip op de intra-Aziatische vaart. Het verdiende loon werd geboekt op de creditzijde, het uitbetaalde loon en onkosten op de debetzijde en de bedragen werden gesaldeerd. De rekening kon ook tussentijds worden afgesloten bij overplaatsing of aan het einde van een scheepsreis.

Het saldo werd doorgegeven aan het soldijkantoor en vervolgens naar de Kamer van herkomst. Daar werd in het scheepssoldijboek beknopt genoteerd de sluitingsdatum van de rekening, de vestiging of de scheepsnaam en het saldo. Zolang het saldo negatief was, werd het saldo links van de rechter kantlijn genoteerd.

In de soldijboeken bij de Kamers werd aan de linker, debetzijde de uitgaven genoteerd, bijvoorbeeld betalingen op de maand- en schuldbrieven. Aan het einde van het dienstverband (bijvoorbeeld repatriëring, overlijden enz.) werden de salaristegoeden opgeteld en na verrekening met eventuele betalingen alhier werd het restant uitbetaald op vertoon van de rekeningen.