VOC - Opvarenden

Achtergrondinformatie

Maand- en schuldbrieven

Werknemers van de VOC konden een maandbrief ondertekenen. Hierin stond dat (meestal) drie maandlonen per jaar door de Kamers kon worden uitbetaald aan de echtgenote, de kinderen of een van de ouders. Aan anderen mocht geen maandbrief worden verleend. De maandbrief was op naam gesteld en niet overdraagbaar of verhandelbaar. De VOC garandeerde dat de maandbrief bij voorrang werd uitbetaald wanneer de rekening van de ondertekenaar dat toeliet.

In het hoofd van de personeelsrekening werd altijd vermeld of de werknemer wel of geen maandbrief had verleend. In Azië moest men er dan voor zorgen dat er voldoende ruimte op de rekening bleef. Wanneer een werknemer getrouwd was, maar geen maandbrief had verleend, dan kon de eega met haar trouwboekje naar de bewindhebbers gaan om alsnog een maandbrief te laten opmaken. We kunnen dit zien als een vorm van onderhoudsplicht aan de echtgenote, maar ook aan ouders of kinderen; zeker als dezen een beroep deden op financiële ondersteuning van bijvoorbeeld de diaconie of weeshuizen.


Foto 3, maandbrief ten laste van Pieter van der Wijle, Hoogkarspel 1779 (1785)

Vaak ondertekenden opvarenden een schuldbrief, obligatie of transportceel, ook wel ‘vaderlandse schuld’ genaamd. Deze was een schuldbekentenis aan toonder en daarom overdraagbaar. Ook met dit formulier garandeerde de VOC dat deze bij voorrang zou worden afgelost uit het tegoed van het personeelslid.
Omdat deze schuldinschrijving (vorderingen) op de rekening van de werknemer werden geboekt als uitgave, was er meestal  aan het einde van de uitreis een negatief saldo. Zolang het saldo ‘te kwaad’ was, betaalde de VOC in Azië maar beperkt het loon uit.

Het was gebruikelijk dat in Azië per jaar zes maandlonen werden uitbetaald, maar de werknemer mocht ook onkosten maken. Vaak werden de schuldbrieven verleend aan ‘volkshouders’ die mensen leverden aan de compagnie. Volkshouders verstrekten aan ‘kansarmen’ huisvesting en soms ook een uitrusting en probeerden dezen bij de VOC onder te brengen. De kwaliteit van de mensen, huisvesting en uitrusting liet vaak veel te wensen over. In ruil voor hun diensten kregen de volkshouders vaak een schuldbrief die zij weer doorverkochten aan transportkopers. Zij werden ook wel ceel- of zielverkopers en zielkopers genoemd.